Selectieve eters / ARFID

De neofobe fase is een normale fase in de ontwikkeling van kinderen waarbij er tijdelijk een afkeer is voor nieuwe voedingsmiddelen. Deze fase bevindt zich rond de leeftijd van 20 maanden. 69% van de 2 jarigen weigert pertinent een nieuw voedingsmiddel. Wanneer kinderen beginnen stappen, ontdekken ze de wereld door alles in hun mond te steken. Het is daarom belangrijk om op dat moment selectief te leren zijn, zodat de kans op vergiftiging daalt. 

 

Het pertinent weigeren van nieuwe voedingsmiddelen gebeurt nog door 29% van de 3 jarigen en slechts door 1% van de 5 jarigen. Kinderen die voedsel sterk blijven beperken of hierin een sterke afkeer/voorkeur blijven aangeven, noemen we selectieve eters. Als dit echter consequenties heeft voor de lichamelijke of psychosociale gezondheid, kan de diagnose van een voedselinnamestoornis zich opdringen.

 

Sinds 2013 is ARFID als eetstoornis opgenomen in de DSM-5 (handboek van psychiatrische aandoeningen). Hoewel er 1 overkoepelende term is voor deze eetstoornis, zijn er wel verschillende subtypen:

 

- het type met een schijnbaar gebrek aan interesse in voeding en eten

- het type dat voeding vermijdt omwille van sensorische eigenschappen

- het type dat angsten heeft ten opzichte van (bepaalde) voedingsmiddelen

 

Sensorische overgevoeligheden zijn de meest voorkomende oorzaak van ARFID. Daarnaast kunnen medische factoren een rol spelen, vaak ook medische problemen uit het verleden. Daarnaast kunnen ook psychische factoren (vb. autisme) van invloed zijn op het ontstaan van deze voedselinnamestoornis. 

 

Enkele misvattingen over ARFID:

'ze groeien er wel uit'

'ze zullen wel eten als ze honger hebben'

'ze zullen wel eten als ze anderen (vb. klasgenootjes) zien eten'

'ze zullen wel eten als ze een beloning krijgen'

 

Welke aanpak werkt zeker niet?

  • druk uitoefenen
  • voeding verstoppen in andere voeding of het kind foppen
  • lang aan tafel laten zitten voor hun bord met eten dat ze niet willen eten
  • honger laten krijgen
  • belonen met voorkeursvoeding

 

Welke aanpak werkt wel?

  • groei voorop stellen: menu aan de hand van aanvaarde voedingsmiddelen, indien noodzakelijk verrijkt 
  • regelmaat in eetpatroon om eetlust te bevorderen
  • educatie omtrent sensorische gevoeligheden voor kind en ouders
  • angsten en bezorgdheden bij kind en ouders verminderen
  • zeer graduele bloostelling aan nieuwe voedingsmiddelen, rekening houdend met sensorische gevoeligheden en vertrekkende van uitbreiding binnen eenzelfde voedingscategorie als reeds aanvaarde voeding

 

Tijdens het intakegesprek bespreken we de voorgeschiedenis van het kind op vlak van eten. Op die manier vormen we ons een beeld van de mogelijke ontstaansredenen van de eetproblemen. Ook bekijken we wat het kind wél en niet eet en wat tot nu toe al werd geprobeerd, al dan niet met succes. De gewichts- en lengtecurve van het kind wordt bekeken aan de hand van metingen die tot nu toe werden verzameld (vb. consultatiebureau). 

 

Na dit intakegesprek zal ik de ouders vragen om gedurende 2 weken een voedingsdagboek bij te houden om een inschatting te kunnen maken van de totale nutriënteninname. Daarnaast vraag ik om een korte video op te nemen van de eetsituatie (zowel bij het aanbieden van voorkeursvoeding als bij het aanbieden van niet-voorkeursvoeding). Vanuit deze informatie zal ik een voorstel tot behandelplan opmaken, in overleg met andere zorgverleners die het kind opvolgen (vb. huisarts, kinderarts, psycholoog, thuisbegeleiding, logopedist, ...).